Sport in Soest Sport Federatie Soest Sportgala Soest

Agenda

25-05-2019
Cursus Vertrouwenscontactpersonen De Sleutel, Steenhoffstraat, Soest

18-06-2019
Algemene Ledenvergadering Sportfederatie Soest nog niet bekend

Volledig overzicht

Sportverenigingen

De Schieter
St. Bentinck Fonds
V.V. 't Vliegdorp
B.C. Schoon Slem
Bridge Club Soesterberg
B.C. Soest
L.T.C. Soestdijk
J.B.V. De Gemshoorn
De Knickerbockers
Ski team Soesterberg
S.O. Soest
Golfclub Soestduinen
M.H.C. Soest
B.C. Selby
De Schieter
VVZ'49
T.V. Soest-Zuid
Soester Bowling Vereniging
Peter's Baan Soest
Sovoco
R.T.V. Tempo Toer
Mountainbike Vereniging Midden Nederland
A.V. Pijnenburg
V.V. Sec
The Red Stars
V.V. Hees
De Eemschutters
Nordic Walking Soest
Korfbalvereniging De Eemvogels
Firtina'93
Damvereniging Soest-Baarn
Bowls Club Soest
De Duinkikkers
Show & Twirlteam Soesterberg
Smeeing BDC
T.T.V. Overhees
B.C. Eemland
B.C. Badso
L.T.V. Soesterberg
A.G.V. De Springbokken
Soester Schaakclub
T.T.V. Shot
Schaatsvereniging Eemland
Bekijk alle verenigingen

Hoorzitting

30-05-2012

Tijdens de hoorzitting van de gemeenteraad op woensdag 30 mei 2012 heeft voorzitter Hans Moerman namens de Sport Federatie Soest gebruik gemaakt van de inspraakmogelijkheid. De reactie van het bestuur van de Sport Federatie Soest over het voorgenomen collegebeleid bestond uit drie onderdelen:

  • de bezuiniging;
  • richtingen voor oplossingen;
  • de positie van de Sport Federatie Soest.

Onderstaand treft u de uitgesproken tekst.

De bezuiniging.
Kennelijk is het zo dat ook Soest moet bezuinigen. Daar kun je van alles van vinden. De SFS is geen politieke organisatie en heeft zich te schikken naar dat beleid. Er wordt een kerntakendiscussie gevoerd. Puur op inhoudelijk politieke gronden komt het gemeentebestuur tot opvattingen over wat de taak is van deze lokale overheid. Maar dan toch; er moet op de sport bezuinigd worden.
 
Waarom een netto-bedrag van drie ton? Kan het ook ietsjes minder? Of moet het nog meer? Kennelijk een bedrag dat is vastgesteld op rekenkundige grond; niet op basis van een inhoudelijke afweging. Misschien wel omdat de georganiseerde sport zoveel geld kost. Meer dan 3,5 miljoen euro per jaar zo maken wij op uit uit de eindrapportage van het Innovatieteam. Dat is inderdaad veel geld, heel veel geld. Maar is dat getal wel juist?
 
Soest telt 8200 georganiseerde sporters. Dat afgezet tegen de kosten betekent dat elke sporter de gemeente ruim 450 euro per jaar zou kosten, nog los van wat de sporter zelf bijdraagt aan kontributie en eventueel aan vrijwilligerswerk. Zo’n georganiseerde sporter vraagt veel van de gemeenschap en draagt daarboven zelf ook nog bij. Dat is wel heel veel geld. Kloppen de bedragen wel?
 
Dat brengt de SFS tot de vraag: “Wat is toebedeeld aan kosten voor de georganiseerde sport?” Wat zou het toch handig zijn voor de discussie en de vergelijkingen als er inzicht ontstaat in wat georganiseerde sport feitelijk kost? Dat nog alles los van een puur inhoudelijke discussie over de betekenis van sport voor de gemeenschap in gezondheid en de sociale betekenis van sport voor de hele gemeenschap. Voorafgaande aan de begrotingsbehandeling 2012 mocht ik bij uw raad inspreken. Toen heb ik om het belang van sport te benadrukken verwezen naar resultaten van onderszoekrapporten. Kortheidshalve verwijs ik naar die inleiding. Desgewenst is de SFS bereid u daarover nader te informeren. Daarbij komt dat Andres CS in opdracht van de gemeente een onderzoek deed naar het verleden. Wat opvalt is dat er grote sportdeelname is in Soest. Overigens is daarbij het aandeel van de georganiseerde sport een derde. Ook blijkt dat er veel meer kosten worden gemaakt in Soest dan in vergelijkbare gemeenten. Als die hogere kosten ook zouden betekenen dat de sportvoorzieningen er tip top er bij staan in Soest is er een verklaring. Die verklaring is er echter niet. Als toelichting voor deze scheve verhouding wordt o.a. verwezen naar hogere energiekosten en meer kosten vanwege wettelijke verplichtingen. Doch deze redenen gelden niet uitsluitend voor Soest. M.a.w. deze maken het voor Soest niet anders. Wat het wel anders maakt is de staat van onderhoud. Veel accommodaties en veel oude accommodaties die veel vaak om achterstallig onderhoud vragen. M.a.w. de hoge kosten lijken veroorzaakt te worden door het al jaren achterwege blijven van deugdelijk onderhoud en nieuwe investeringen. En omdat investeringen achterwege zijn gebleven is de Soester sport nu duurder. Het lijkt nu niet fair, niet zuiver, de sport zelf op te laten draaien voor de kosten ontstaan door het achterwege blijven van initiatieven van de gemeente Soest om tijdig te investeren. Overdreven uitgedrukt; de sport wordt nu twee keer de dupe van het ontbreken van gemeentelijk accommodatiebeleid. Eén keer omdat sommige verenigingen er erg slecht bijzitten en de tweede keer omdat er nu bezuinigingen nodig zijn en de sport daardoor met maar liefst netto drie ton wordt gekort. Wat u noemt de “wensenlijst” van drie miljoen, noemen wij de lijst met overwegend achterstallig onderhoud.
 
Soest gaat nu wel duurzaam vooruit doch de sport lijkt nu alsnog te moeten betalen voor hetgeen in het verleden is misgegaan. De bijdrage voor de passepartout is in de afgelopen jaren meerdere keren extra verhoogd. Naar nu blijkt was dat dweilen met de kraan open. Het rapport van Andres  CS legt dit feilen pijnlijk bloot terwijl er geen explicte oorzaken genoemd kunnen worden. In wielertermen: ”We plakken de band maar weten niet waar het gaatje zit”. Of de coach: “Het ging mis in de eerste helft, maar heus we pakken alsnog de winst.” De coach noch het team weten echter wat er mis is gegaan. Dat ze alsnog de winst pakken lijkt daardoor zeer onwaarschijnlijk.
 
Richtingen van oplossingen.
Als belangenbehartiger van dé georganiseerde sport in Soest en Soesterberg kan de SFS het anker uitgooien en zich volledig schrap zetten. Het is slecht bezuinigingsweer geworden. We gaan schuilen, bewegen niet meer roepen om hulp en roepen “schande allemaal”. De SFS vindt dat te makkelijk en acht zich te sportief en daarom kiest de SFS niet die positie. Maar het wil ook niet helpen de lekke band te plakken als wetenschap omtrent het gat ontbreekt. Het bestuur van de SFS ziet in nieuw beleid ook nieuwe kansen. Om veelal anderen redenen dan worden aangevoerd in gemeentelijke documenten lijkt dit moment er naar om door te pakken en tot nieuw beleid te komen. Een mooie kans om van het oude zeer af te komen en er met elkaar de schouders onder te zetten. Dit is het moment van de kansen. Het tot stand brengen van een nieuw financieringssysteem vanaf 2015 ziet de SFS als een uitdaging. Een andere manier van sportfinanciering kan leiden tot de bekende win/win situatie. De gemeente kan de beurs meer gesloten houden en sportbestuurders kunnen meer van zich zelf kwijt en met inventiviteit en creativiteit nieuwe kansen scheppen, zich daarmee onderscheiden van de lokale concurent. Marktwerking in optima forma. Het wordt nog beter met de georganiseerde sport in Soest. Met de bereidheid van het College te komen met een investering tot een bedrag van twee miljoen ziet het bestuur van de SFS de mogelijkheid ontstaan achterstanden in te lopen. Daarmee al kijkend naar de collegewens te komen tot multifunctionele accommodaties. Een uitgangspunt dat de SFS onderstreept. Door een andere manier van omgaan met middelen kan de gemeente ook meer beleid realiseren via de georganiseerdere sport. Daarmee kunnen ook activiteiten op het brede terrein van sportstimulering anders georganiseerd worden. De gemeente bepaalt het beleid en schept voorwaarden voor samenwerking, en de sportverenigingen voeren uit. Een sportvereniging die gemeentelijk beleid daadwerkelijk tot resultaat brengt kan via subsidie beloond worden. Maar ook andersinds kan een dergelijke vereniging beloond worden. Denk aan voorkeursbehandeling bij toedeling van zaalruimte (dit als voorbeeld).
 
Dat we nog tot 2015 moeten wachten met de nieuwe investeringen betekent bij bestaand beleid dat er de nog komende ruim tweeenhalf jaar niets aan nieuwe investeringen gaat plaatsvinden. Dat vindt de SFS niet goed. Ik verwees net al naar de uitkomst van de door Andres CS uitgevoerde evaluatie en de bevinding over de staat van onderhoud van accommodaties en het achterblijven van nieuwe investeringen. Kan het nu niet zo gemaakt worden dat investeringen naar voren gehaald worden? Kan het niet zo worden dat al vanaf 2013 de sport deze impuls krijgt. Als vanaf 2013 al het achterstallige wordt ingehaald en er uitzicht is op andere financieringsafspraken sta ik er niet gek van te kijken als de sport zelf ook tot nieuwe initiatieven te verleiden zal zijn. In de afgelopen jaren zijn er door medefinanciering van verenigingen belangrijke verbeteringen tot stand gebracht op een aantal accommodaties. De SFS is bereid om zich gezamenlijk met de politiek te buigen over de eerdere inzet van middelen met mogelijke steun vanuit de sport. De SFS ziet ook dat er keuze's gemaakt moeten worden. De SFS geloofd daarbij echter niet in acceptatie van keuze's van bovenaf. Als het college stelt dat uitgemaakt gaat worden welke sporten in welke mate door de gemeente ondersteund gaan worden lijkt dat dat totop willekeur kan leiden. Zeker als je verder leest dat het college dat wil doen in overleg met betrokken verenigingen. “Hoe stel je je dat voor?”
 
Dat er keuze’s gemaakt moeten worden is duidelijk. Dat is overigens niet anders dan in het verleden. De wensen van de georganiseerde sport zijn en zullen altijd groter zijn dan er direct aan mogelijkheden voorhanden zijn. Meer en verder is toch een sportief element dat ook voor veel sportbestuurders geldt. Keuze's dus. Wat de SFS betreft moet dat in de toekomst meer objectiever en dus meer inzichtelijker gebeuren dan tot nu toe het geval is. Niet eenzijdig door de politiek dus om keuze’s te maken op basis van hapsnap beleid of op basis van het ontbreken van een lange termijn visie. De sport moet in de discussie en voorafgaand aan de directe besluitvorming in uw raad zekerheid hebben nadrukkelijk gekend en gehoord te zijn.
 
Dat brengt mij bij het derde onderdeel van de inspraak.
 
De positie van de Sport Federatie Soest.
Ik hoop dat het uw raad duidelijk is dat het bestuur van de SFS van oordeel is dat van de bedreigingen die uitgaan van bezuingingen ook nieuwe kansen kunnen ontstaan. Los van het feit of de sport nu daadwerkelijk tonnen meer aan euro’s moet gaan betalen of dat ook wat minder mag zijn, zien wij in veranderingen ook voor de sport winstpunten. 
 
De SFS is van verenigingen en is er voor de verenigingen. Wij brengen verenigingsbesturen samen om van elkaar te leren en elkaar te ondersteunen. Wij geven een nieuwsbrief uit m.n. gericht op lokale ontwikkelingen. Wij zoeken de samenwerking met bijvoorbeeld Sport service Midden Nederland en met Balans om expertise aan te dragen. Wij brengen de maatschappelijke verantwoordlijkheid onder de aandacht van sportbestuurders en steunen waar we kunnen intiatieven die maatschappelijk betrokkenheid duidelijk en concreet maken. Wij organiseren het sportgala. Het sportfeest van het jaar en brengen daarmee sport op positieve wijze onder de aandacht van een breed publiek. En helpen naar onze overtuiging mee sportdeelname verder uit te breiden. Wij verzorgen workshops, trainingen. Kortom de SFS doet haar best de koepel te zijn waar sportbestuurlijk Soest baat bij heeft. Dat alles onder de erkenning van de volstrekte eigen vrijheid van afzonderlijke verenigingen en de eigen verantwoordelijkheid. De SFS meent daarmee in de laatste jaren krediet te hebben opgebouwd bij sportbesturend Soest. Zo bepleiten we ook de belangen van de Soester sport bij de lokale politiek. Wij doen dat steeds vanuit het algemene belang. Niet vanuit een eng eigen verenigingsbelang of namens één bepaalde sport. Onverlet de steun die wij desgevraagd aan individuele verenigingen geven bij het bereiken van hun doel ook in de relatie tot de gemeente Soest danwel de Soester politiek. Op die manier is het het bestuur van de Sport Federatie Soest mogelijk het voortouw te nemen in discussies. Is het de SFS mogelijk nieuwe ideeën in te brengen, te laten groeien en zo mogelijk te laten accepteren. Als het gaat om keuze’s zo als door het college thans naar voren gebracht om sommige sporten wel en anderen niet (meer) te steunen lijkt me een belangrijke rol vanuit de politiek ook weggelegd voor de SFS.
 
M.a.w. het tennisracket kan aan twee kanten gebruikt. De SFS kan de gestructureerde toegang van de sport tot de politiek zijn en de SFS kan de toegang om tot verwezijnlijking van beleidsrealisering zijn vanuit de poltitiek naar de sport. Voor die positie pogen we zelf draagvlak te organiseren onder sportbestuurders. Het zou daarbij serieus helpen als de politiek ons ook steunt. Laten we afspraken maken over de positie van de SFS als het gaat om het halen van bezunigingsdoelstellingen, het ontwikkelen van nieuw beleid en afspraken over het moment van en de wijze waarop de nieuwe invesertingen gestalte moeten krijgen. Per 1 januari 2015 moet er een nieuw financieringssysteem zijn. Wat ons betreft zijn er per gelijke datum ook plannen om de investeringen van twee miljoen direct van start te laten gaan als eerder onverhoopt niet mocht lukken. Wij zien ons als schakel tussen enerzijds sportbestuurders die al belast zijn met de dagelijkse verenigingszaken en anderzijds de politiek die wij ons draagvlak, onze expertise en onze inzet voor de belangen voor de sport aanbieden.
 
Ter afsluiting.
Bij de drie onderdelen is het volgende aan de orde geweest:
Ik heb stil gestaan bij het zonder de toegezegde inhoudelijke discussie op te leggen van een bezuining van per saldo 300.000 euro. En de vraag voorgelegd of de cijfers wel een voldoende zuiver beeld geven van de kosten van de georganiseerde sport voor verder beleid.
Impliciet is de vraag gesteld of, nu er een taakstellende bezuiniging is voorgesteld, er toch nog een inhoudelijke discussie komt over de kerntaak.
In het tweede gedeelte stond ik stil bij het fenomeen van de nieuwe kansen en wat als bezuining wordt ingezet aan te grijpen als een kans om in gezamelijkheid tussen sport en politiek tot nieuw beleid te komen. Daarbij is het naar het oordeel van de SFS van groot belang draagvlak te creëren zodat nieuwe plannen aanslaan en positief worden opgepakt en gerealiseerd.
En daarom bij punt 3 de positie van de SFS naar voren gebracht. Het bestuur van de SFS ziet zich als schakel tussen politiek en sportbestuurders. Om helderheid en draagvlak verder te ontwikkelen komt het het bestuur van de SFS voor om vooraf procedurele afspraken te laten maken tussen wethouder en SFS, als spreekbuis van de georganiseerde sport, over de wijze waarop de SFS betrokken wordt bij de verdere ontwikkelingen.

 


Nieuwsoverzicht